(Archaïsch) religieus woordenboek

Hier vindt u een lijst van (archaïsche) woordverklaringen. Ze geven uitleg bij katholieke terminologie, met dien verstande dat veel termen (en gebruiken of opvattingen waarnaar die termen verwijzen) in onbruik geraakt zijn. In die zin is het dus evenzeer een woordenboek als een historisch-cultureel documentje. We pogen de lijst geleidelijk aan te vullen hedendaagse verklaringen en met nieuwe termen.

ABC
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - Z

A
Aalmoezenier
Priester, diaken, pastorale werker of leek, belast met de pastorale zorg voor een speciale groep, zoals militairen, gevangenen, leden van de jeugdbeweging.

Abdij
Klooster van een contemplatieve orde, met een abt of abdis als overste.

Abrahamzondag
Tweede zondag in de veertigdagentijd.

Absolutie
1) De vergeving van de zonden in de biecht.
2) De woorden, de Latijnse formule met welke de priester vergiffenis verleent.
3) Kwijtschelding van kerkelijke straffen (in of buiten biecht).

Acclamatie
Gezongen toejuiching, bv. na het evangelie : “U komt de lof toe, U het gezang, U alle glorie o Vader, o Zoon, o heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen”.

Acoliet
Misdienaar

Advent
Periode van vier weken vóór Kerstmis. Het is de voorbereidingstijd op de komst van Christus.

Aflaat
Oud gebruik dat verwijst naar de kwijtschelding of vermindering van straffen die opgelegd werden bij de biecht door gebeden of boetehandelingen. In de late Middeleeuwen kon men zelfs aflaten kopen, iets waartegen Maarten Luther in het geweer kwam.

Agnus-Dei
Letterlijk: Lam Gods. Driedelige Acclamatie, voorafgaand aan de communie.

Akte
Vier vast geformuleerde gebeden, waarin het geloof, de hoop, de liefde en het berouw werden verwoord.

Albe
Lang wit kleed, gedragen door een priester, een diaken, een lekenvoorganger of misdienaar in een liturgische dienst.

Alfa en omega
Het begin en het einde; God, Christus als begin en einde, als Schepper en Vervolmaker. De alfa (A) en de omega (W) zijn de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. Ze staan vaak afgebeeld op grafzerken, aan weerszijden van het kruisteken, en staan ook altijd op de Paaskaars.

Alleluia
Toejuiching, bv. voorafgaand aan de lezing van het evangelie in de eucharistie.Van oorsprong Joodse uitroep met de betekenis: 'Looft de Heer met vreugde', of 'Looft Jahwe'.
Zie ook Halleluja.

Allerheiligen
Feestdag op 1 november ter gezamenlijke verering van al de Heiligen van de Kerk (1 november).

Allerzielen
Feestdag op 2 november waarbij alle overledenen herdacht worden (2 november).

Altaar
Liturgische tafel waarrond de gemeenschap zich verzamelt om eucharistie te vieren. Deze tafel symboliseert de tafel waaraan Christus met zijn apostelen het laatste avondmaal gebruikte.

Altaarborden
Zie canonborden.

Altaardoek
Elk van de drie linnen doeken die over de altaartafel zijn gespreid.

Altaardwaal
Altaardoek

Altaarkus
Kus die de priester tijdens de eucharistieviering op het altaar drukt.

Ambo
Verhoging, opzij vooraan het hoofdaltaar, voor het voorlezen uit de bijbel en de verkondiging van het evangelie.

Amen
Een Hebreeuws woord met de betekenis: zeker, zo is het. Later opgevat als: het zij zo. Amen is het slotwoord van gebeden en preken.

Amict
Witte doek vervaardigd uit linnen of vlas die de priester over de schouders hangt en vroeger ook op het hoofd droeg; nu omringt hij nog enkel de hals van de soutane en is nauwelijks zichtbaar. Zinnebeeld van de bescheidenheid en van het vertrouwen in God.

Anathema
Oude term die verwees naar een vloek, een vervloeking in godsdienstige of kerkelijke zin, oftewel veroordeling van een ketter.

Angelus
Drieledig gebed dat 's morgens en 's middags om 12 uur en 's avonds om 6 uur, wordt gebeden.

Anglikanen
Christenen, vooral in Engeland, die zich in de 16e eeuw afkeerden van het Rooms Katholicisme in navolging van koning Hendrik VIII (1491-1547), toen de ontbinding van zijn huwelijk geweigerd werd door Rome. Hij richtte daarop een eigen Kerk op, de Anglicaanse Kerk.

Antifoon
Liturgisch, gezongen vers vóór en na de psalmen, maar ook als zelfstandig gezang.

Antropomorf
Op de mens gelijkend, mensvormig. In het geloof gebruikt om te wijzen op naar menselijke maatstaven gevormde ideeën over God.

Apocrieve boeken
Bijbelboeken die door de protestanten niet zijn opgenomen in de lijst van erkende geschriften (de canon) van de bijbel. Apocrief komt van het Grieks apokryphos, dat ‘verborgen‘ betekent. De Latijnse kerkvader Hiëronymus (vierde eeuw) heeft het gebruik van het woord apocrief waarschijnlijk laten slaan op Het vierde boek Ezra, een van de apocriefe boeken, waarin staat dat de daarin vervatte wijsheid ‘verborgen’ dient te blijven voor de grote massa.

Apostel
Grieks voor “gezondene”. Titel voor de twaalf mensen, die Jezus zich volgens de evangelies uitkoos als zijn naaste ‘medewerkers’ en latere vervangers. Het zijn: Petrus, Johannes, Jakobus, Andreas, Filippus, Tomas, Bartolomeüs, Matheus, Jakobus (zoon van Alfeüs), Simon en Ijveraar, Judas (zoon van Jakobus) en ook de andere Judas (Iskarioth). Deze laatste zou Jezus verraden en zich daarna vol wroeging verhangen. Judas Iskrarioth wordt in de Handelingen van de Apostelen vervangen door Matthias (hoofdstuk 1). Achteraf zal ook Paulus de facto de dertiende apostel worden. Hij verschilt met de twaalf anderen dat hij Jezus nooit in levenden lijve ontmoet heeft, maar wel een zeer bijzondere Christuservaring doorgemaakt moet hebben.

Apostolische zegen
Zegen, door de paus uitgesproken, meestal gericht ‘urbi et orbi’, d.w.z. aan de stad (Rome) en aan heel de wereld.

Askruisje
Een met as getekend kruisje op het voorhoofd dat op Aswoensdag door de priester aan de gelovigen wordt gegeven en waarmee de veertigdagentijd ingezet wordt. Die as komt van de verbrande verdorde palmtakken van het vorig jaar.

Asperges me
Gregoriaans gezang voorafgaand aan de zondagsmis, tijdens hetwelk de priester de aanwezige gelovigen met wijwater besprenkelde. Zie ook ‘Vidi aquam’.

Aswoensdag
Aswoensdag is vanaf de zevende eeuw de begindag van de veertigdagentijd (de vasten). Als teken daarvan wordt op deze dag een askruisje uitgedeeld.

Aureool
Nimbus, stralenkrans, soms afgebeeld rond het hoofd van Christus, Maria of Heiligen.

Avondmaal
Laatste maaltijd van Jezus met zijn apostelen, in de nacht voorafgaand aan zijn proces en aan zijn terechtstelling. De maaltijd symboliseert blijkens de woorden van Jezus zelf het nieuwe verbond tussen God en de mens. Het is een sacrament dat steeds wordt herdacht in de eucharistie. In het protestantisme wordt deze eucharistie ‘avondmaal’ genoemd.

Ga naar ABC

B
Baldakijn
Troonhemel. Soms een overkapping tegen de muur van een kerk, of een overkapping op zuilen boven het altaar (bv. Sint-Pietersbasiliek in Rome). Bij ons is de processiebaldakijn het best bekend. Dit was een overkapping in dure en rijkversierde stof, gedragen door vier personen, waaronder de priester met de monstrans in de handen deelnam aan de processie.

Basiliek
Eretitel van sommige kerken.

Bedevaart
Reis (meestal te voet) naar een heilige plaats, al biddende en om daar te bidden, bv. om een gunst af te smeken, als boetedoening, of als bekering.

Bediening
Oud woord voor toediening van de ziekenzalving.

Begijnen
Godvruchtige niet getrouwde vrouwen, samenwonend in een gemeenschap, niet in kloosterverband maar wel met de belofte van kuisheid en gehoorzaamheid aan een overste.

Bekering
Algehele verandering van levensrichting in religieuze zin, van heidendom naar christendom of naar een andere godsdienst, alsook van de ene godsdienst naar de andere.

Bekoring, verzoeking of verleiding
De aantrekkingskracht van het kwaad, dat alle mensen, ook Jezus, op verschillende wijzen ervaren. Bekoord worden is menselijk, daar is geen fout aan. Zondig is dat men geniet van de bekoring of zich laat verleiden.

Belijdenis
1) Openlijke en plechtige verklaring dat men de leerstellingen van het geloof erkent. In het protestantisme wordt zulke belijdenis gedaan op achttienjarige leeftijd. Zie ook ‘credo’.
2) Bekentenis van de zonden in de biecht.

Bevrijdingstheologie
Een theologische benadering van het christendom in het algemeen en van de bijbel in het bijzonder vanuit de sociale tegenstellingen tussen rijken en armen in de samenleving.

Bezinning
1) Het zoeken naar betekenis, van het leven in het algemeen of van bepaalde levensomstandigheden in het bijzonder.
2) Het tot een helder en rustig (gods)besef komen.
3) Het tot inkeer komen nadat men fout is geweest.

Bidstoel
Kerkstoel die tevens als knielbank kan gebruikt worden.

Biecht
Sacrament in de katholieke Kerk, waarbij men z'n fouten bekent en om vergiffenis vraagt. De priester kan deze vergiffenis uitspreken uit kracht van de evangelietekst waarin Jezus na zijn verrijzenis aan zijn apostelen de ‘bevoegdheid’ geeft om de zonden te vergeven of te weerhouden (Johannes 23,23).

Biechtgeheim
Overal en altijd te bewaren geheim door de biechtvader, ook bij levensgevaar voor hemzelf of anderen, waarop zonder uitgesproken toestemming van de biechteling geen enkele uitzondering mogelijk is.

Biechtoefening
Gewetensonderzoek en gebeden die de men vóór en na de biecht in het kerkboek leest.

Biechtstoel
Kerkmeubel, tegen één der wanden van de kerk geplaatst, voor het afnemen van de private biecht. Het is een van voren half gesloten stoel met in het midden een zetel voor de biechtvader, aan weerszijden door een houten wand met een opening of traliewerk afgescheiden van de knielhokjes der biechtelingen.

Biechtvader
Priester in zijn functie van toediener van het sacrament van de biecht.

Biechtviering
Eucharistieviering met gelegenheid tot biechten.

Bijbel
Verzameling heilige boeken van Joden en Christenen, die erkend zijn als vindplaatsen van Gods openbaring. Joden beperken zich tot het oude testament, bij christenen staat het nieuwe testament centraal zonder het oude testament te verwaarlozen. De lutherse bijbel wijst sommige boeken uit het nieuwe Testament, die door de katholieken wel aanvaard worden, af.

Bisschop
kerkelijke ambtsdrager met bestuurlijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor een bisdom: een uitgebreide groep van parochies en dekanaten, scholen en zorginstellingen met christelijke inspiratie. Afkomstig van het Griekse woord ‘episkopos’ dat ‘toezichter’ betekent. Het begrip gaat terug op de werkwijze van de apostel Paulus, die bij zijn missiereizen steeds nieuwe christelijke gemeenschappen stichtte en bij zijn vertrek een ‘episkopos’ aanduidde om namens hem de leiding van die gemeenschap op zich te nemen.

Bisschoppensynode
Internationale bijeenkomst van bisschoppen te Rome, door de paus bijeengeroepen, teneinde actuele problemen te bespreken en adequate antwoorden daarop te vinden.

Bloedakker
Term die verwees naar land door de hogepriesters gekocht om te dienen als begraafplaats voor vreemdelingen; betaald met de dertig zilverlingen die Judas na zijn verraad had teruggebracht (bloedgeld).

Boek des levens
Het boek waarin de namen staan opgetekend van degenen die tot het eeuwige leven zijn uitverkoren.

Boete
Daden of gebeden ten teken van berouw

Boetepsalm
Zeven psalmen uit de in totaal 150 psalmen uit het Oude Testament, waarin schuld wordt beleden en gesmeekt om verzoening met God. De psalmen zijn: psalm 6,321,37,50,101,130,en 142

Brevier
Volledig officieel liturgisch gebedenboek in het Latijn (tegenwoordig ook vertaald), in vier delen, voor elk jaargetijde één; het bidden ervan door de priester wordt brevieren genoemd.

Broeder
Monnik of kloosterling die in een abdij, een orde of congregatie de gelofte van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid heeft afgelegd, zonder tot priester gewijd te moeten zijn.

Broederlijk Delen
Ontstaan uit een kerkelijke vastenactie ten voordele van de Derde Wereld. Thans ook een niet-gouvernementele organisatie in ten voordele van ontwikkelingslanden.

Bul
Pauselijk schrijven van belangrijk geachte inhoud, door hem zelf ondertekend en van zijn zegel voorzien.

Bursa
Een met linnen overtrokken dubbel karton, die het opgevouwen corporaal bevat.

Ga naar ABC

C

Calvinistg
Volgeling van Johan Calvijn, Frans-Zwitserse christelijke theoloog en tijdgenoot van Maarten Luther. Hij trad toe tot de reformatie, maar lede eigen accenten. Uit de acties van Calvijn is het calvinisme en de calvinistische protestantse kerk voortgekomen.

Canon
1) Onderdeel van de eucharistieviering dat bestaat uit de verschillende onveranderlijke gebeden rond de consecratie.
2) Kerkelijke leerstelling of voorschrift uit het kerkelijk recht, voornamelijk de door een concilie vastgestelde regels.
3) Verzameling van geschriften die tot de erkende bijbel gerekend worden.

Canonborden of altaarborden
Drie bedrukte bordjes of tabellen, waarop enige bij de eucharistieviering altijd gebruikte gebeden staan en die op het altaar geplaatst worden. Zij mogen uitsluitend bij de eucharistieviering, niet bij andere kerkelijke diensten aanwezig zijn.

Cappa Magna
Wijde rode kardinaalsmantel met sleep.

Caritas
Christelijke liefde, naastenliefde en het betonen daarvan, liefdadigheid. Staat onder kritiek bij de bevrijdingstheologie, die liever spreekt van solidariteit, om machtsverhoudingen te voorkomen.

Catechese
Inleiding tot en verdieping van het inzicht in de inhoud van en het handelen volgens het christelijk geloof.

Catechumeen
Doopleerling. Iemand die zich voorbereidt op het doopsel.

Celibaat
De verplichte ongehuwde staat van rooms-katholieke geestelijken die de hogere wijdingen hebben ontvangen.

Cenakel
(Eet)zaaltje, verwijst naar de plek van het Laatste Avondmaal

Chassidisme
Mystieke stroming binnen het jodendom, in de 18de eeuw in Oost-Europa ontstaan.

Chiliasme
Het geloof aan de komst van het duizendjarig rijk.

Chirotheek
Liturgische bisschopshandschoen.

Chrisma
Zalfolie die op Witte Donderdag door een bisschop wordt gewijd, voor de zalving bij de doop, het vormsel en de ziekenzalving.

Chrismale
Vat waarin het chrisma bewaard wordt.

Christologie
1) Leer over de persoon van Christus en zijn werkzaamheid.
2) Studie van het wezen van Christus, in het bijzonder de verhouding tussen goddelijkheid en menselijkheid in Hem.

Ciborie
Met een deksel gesloten kelk waarin de kleine Heilige Hosties worden bewaard die dienen voor het uitreiken van de Heilige Communie.

Cingel
Koord waarmee de priester de albe opbindt; symbool van zuiverheid.

Collaar
Ronde witte priesterboord.

Collecta
Kort formuliergebed voor de Schriftlezing; eerste gebed van de eucharistieviering.

Communie
Deelname aan de eucharistie door het eten van het gebroken brood (en het drinken van de rondgedeelde wijn).

Communiebank
Balustrade waarvoor de gelovigen vroeger knielden bij het ontvangen van de Heilige Hostie.

Completen
Liturgisch avondgebed, het laatste van de getijdengebeden van monniken en kloosterlingen.

Concelebratie
Het gezamenlijk opdragen van de mis door meer dan één gewijde ambsdrager (vb. priester, bisschop, paus).

Concilie
Algemene vergadering van bisschoppen, kardinalen, theologen, abten , generale kloosteroversten, leken enz. van de hele rooms-katholieke Kerk om vragen betreffende de geloofsinhoud, het geloof zelf, de moraal, de kerkelijke orde enz. te beslissen. Bekende concilies zijn het concilie van Trente en het Tweede Vaticaans Concilie.

Conclaaf
1) Gedeelte van het Vaticaan waarin de kardinalen zich afzonderen om een nieuwe paus te verkiezen.
2) Vergadering van kardinalen beneden de 80 jaar om een nieuwe paus te kiezen.

Concordaat
Overeenkomst tussen de staat en de paus over de aangelegenheden van de rooms-katholieke kerk in het betrokken land.

Confiteor
Schuldbelijdenis die door de priester aan het begin van de eucharistieviering aan de treden van het altaar wordt opgezegd.

Congregatie
1) Vereniging van personen die zekere geloften hebben afgelegd en overeenkomstig bepaalde, door de paus goedgekeurde regels leven of bepaalde godsdienstoefeningen houden.
2) Groep van kardinalen door de paus aangewezen om bepaalde kerkelijke zaken te regelen.
3) Vereniging van leken, kerkelijk goedgekeurd, tot het houden van godsdienstoefeningen, met name ter ere van O.L.Vrouw.

Conopeum
Kleed over het tabernakel of zijden omhulsel van de ciborie.

Consecratie
De zegening van het brood en van de wijn bij het Avondmaal; de woorden van Christus op het laatste Avondmaal bij het breken van het brood en het ronddelen van de beker worden uitgesproken over brood en wijn.

Contemplatie
Innerlijke, geestelijke beschouwing.

Contemplatief
Toegewijd aan de cultivering van de persoonlijke relatie met God en het zoeken van diens nabijheid.

Corporaal, corparale
Altaardoek, gewijd wit linnen vierkant doekje waarop het altaarsacrament moet rusten.

Creationisme
Strekking binnen het christendom die op theologische gronden de evolutieleer afwijst.

Credens
Met linnen bedekte dientafel in het priesterkoor tegen de linker zijwand staande, waarop de benodigdheden voor de eucharistieviering klaargelegd worden.

Credo
Geloofsbelijdenis, uitgesproken door de gemeenschap tijdens de eucharistieviering, na de preek.

Cum hoc ergo propter hoc
Logische denkfout, waarbij men verbanden zoekt waar er geen zijn - oorzaak van bijgeloof.

Custodia
Latijnse benaming voor het tabernakel, 'sacramentshuisje'.

Ga naar ABC

D

Dagelijkse zonde
Een fout of tekortkoming bij een geringe zaak, of bij een meer gewichtige zaak zonder volle kennis of vrijheid.

De dag des Heren
1) De zondag
2) De dag van het Laatste Oordeel.

Deo Volente (D.V.)
Als God het wil

Devotie
Vroomheid, vrome toewijding.

Diaconaat
Het ambt van diaken. De diaken mag gehuwd zijn, maar als hij weduwnaar wordt na zijn diakenwijding, kan hij niet meer kerkelijk huwen. De diaken heeft alle bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de priester, met uitzondering van het voorgaan in de eucharistie en het afnemen van de private biecht.

Diocesaan
Behorend tot een bisdom.

Dogma
Vastomlijnd, aan geen discussie meer onderworpen geloofsartikel; uitdrukkelijk omschreven element uit de geloofsleer, dat door de paus of het concilie is afgekondigd.

Dogmatiek
Theologische discipline die systematisch inzicht in de geloofsinhoud wil verkrijgen.

Dogmatisch
Berustend op een dogma.

Doksaal of oksaal
Hoge versierde scheidingswand tussen koor en schip van een kerk, vaak dienend als galerij of tribune voor de koorzangers.

Doodzonde
Ernstige fout met volle kennis en toestemming, met de geestelijke dood, de dood van de ziel (de intiemste band met God) tot gevolg.

Doopvont
Bekken waarin het doopwater bewaard en waarboven de dopeling gedoopt wordt.

Doxologie
Lofprijzing van de drieëne God, slotformule aan het eind van psalmen, gebeden, enzovoort.

Drievuldigheid
Ook "Trininteit". Zie "Heilige Drie-eenheid".

Dualisme
Leer volgens dewelke er een radicale scheiding bestaat tussen twee onafhankelijke ‘onderdelen’ van de mens : lichaam en geest.

Duif
Sumbool voor de heilige Geest.

Het duizendjarig rijk
Een duizend jaar durend rijk van vrede en geluk, voorafgaand aan het einde van de wereld, zoals vermeld in Openbaring 20: 1-17.

Ga naar ABC

E

Ecce Homo
"Zie de mens!" Woorden waarmee Pilatus de lijdende Christus aan het Joodse volk voorstelde. Symbolisch gebruikt door F. Nietzsche als boektitel.

Eben-Haëzer
Letterlijk: steen der hulp.
Gedenksteen door Samuël opgericht ter herinnering aan een overwinning van de Israëlieten op de Filistijnen.

Eden
Afgeleid van een Babylonisch woord dat vlakte of steppe betekent. Eden lag in Mesopotamië.
Volgens het boek Genesis was het de woonplaats van het eerste mensenpaar, waar zij in gelukzalige toestand leefden tot zij van de door God verboden vrucht aten.

Eerste communie
Het voor de eerste maal ter communie gaan.
Dit gebeurt doorgaans rond de leeftijd van zeven jaar. Het wordt voorafgegaan door catechese en gebeurt in een speciale eucharistieviering.

Efod
Hebreeuws woord voor overtreksel, priesterlijk schouderkleed.

Elevatie
Opheffing van de hostie en van de kelk bij de consecratie; ook opheffing van de handen en van relikwieën.

Elisabethvereniging
Over geheel Europa verbreide rooms-katholieke vrouwenvereniging, die zich wijdt aan de verzorging van zieken en verwaarloosde kinderen. Elisabeth was een nicht van Maria en de moeder van Johannes de Doper.

Emmausgangers
De twee leerlingen, Cleophas en diens niet bij naam genoemde metgezel, aan wie Jezus na zijn verrijzenis verscheen, toen zij op weg waren van Jerusalem naar Emmaus: zij herkenden Hem bij het avondmaal aan het breken van het brood (Lukas 24: 13-36).

Encycliek
Pauselijke omzendbrief van algemene strekking aan alle bisschoppen, waarin bepaalde leerstellingen worden afgewezen, aangeprezen of verplicht, of waarin grote maatschappelijke vraagstukken behandeld worden. Zij worden vernoemd naar hun Latijnse beginwoorden, bv. “Rerum Novarum’ (over het arbeidersvraagstuk), 'Humanae Vitae' (over geboorteregeling), ....

Engelbewaarder
Naar vrome traditie : een door God gezonden geest die waakt over persoon of groep.
De feestdag der engelbewaarders valt op 2 oktober.

Engelen
Afkomstig van het Griekse woord ‘Aggelos’, wat ‘bode’ betekent. De engelen zijn de onsterfelijke boden van God, een soort ambassadeurs die door God naar de mensen worden gestuurd om speciale boodschappen over te maken. Zij verschijnen volgens de verhalen van de bijbel soms in dromen of visioenen, of anders in een zichtbare gestalte.

Epifanie
1) Feest van de openbaring van Christus : Driekoningenfeest.

Episcopaal
Bisschoppelijk; vorm van kerkbestuur waarvan bisschoppen een wezenlijk onderdeel zijn.

Epistel
Deel van de eucharistieviering dat aan het Evangelie voorafgaat en bestaat in een liturgische lezing uit de brieven der Apostelen of ook wel uit een ander gedeelte van de Heilige Schrift.

Erfzonde
Zondigheid die de mens door zijn geboorte aankleeft als gevolg van de zondeval van het eerste mensenpaar (Adam en Eva).

Eschatologie
Studie van ‘de laatste dingen’, i.e. wat er zal gebeuren aan het eind der tijden en in het bijzonder bij de wederkomst van Christus en de voltooiing van de geschiedenis in Gods heerlijkheid.

Esoterie
Benadering van de werkelijkheid, ook van het christendom, vanuit een ‘ingewijd’ zijn in iets dat niet voor de menigte bestemd is. Alleen bedoeld voor een beperkte eerder besloten groep, soms met sekteachtige trekken. Het gaat er om “zelfverlossing”, en de religie is er eerder psychotherapie.

Eucharistie
Sacrament waarin het breken van het brood en het ronddelen van de beker tijdens het laatste Avondmaal wordt herdacht, indachtig de woorden van Christus : "Blijf dit doen om mij te gedenken". Samen met doopsel het rituele centrum van het christelijk geloof.

Eucharistisch hooggebed of tafelgebed
Het gebed in de eucharistie dat begint met de prefatie en eindigt met de doxologie ‘door Hem, met Hem en in Hem zal uw naam geprezen zijn, Heer God, hemelse Vader …”, waarna het ‘Onze Vader’ gebeden wordt.

Evangelie
1) De leer en de prediking van Jezus Christus; de Blijde Boodschap, zijn ‘goede nieuws’, later voortgezet door de Kerk
2) Elk der vier boeken van het Nieuwe Testament, waarin het leven en de leer van Jezus Christus zijn beschreven.
3) fragment uit één van die vier boeken, dat gelezen wordt in de eucharistieviering, voorafgaand aan de preek.

Evangelisten
De vier auteurs van de evangeliën : Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes

Ex cathedra
Uitspraak door de paus als 'opperste leraar' en derhalve bindend voor alle gelovigen. De Oudkatholieke Kerk is het niet eens met dit dogma van onfeilbaarheid van de paus.

Excommunicatie
Uitsluiting van de sacramenten om tuchtredenen.

Exegese
Discipline die de bijbelgeschriften historisch-kritisch, literair-kritisch en theologisch bestudeert.

Ga naar ABC

F

Farizeeën
1) Letterlijk: zij die zich afzonderen, de afgescheidenen (naar een Hebreeuws woord).
Een georganiseerde groep die de Torah bestudeerde en plichtsgetrouw trachtte na te leven. In Jezus' tijd ware, er twee grote strekkingen: de school van ‘Shammai’ (strikte naleving van de letter van de wet) en de school van “Hillel” (gematigd, veel aandacht voor de eigenlijke bedoeling van de wet). Het is niet uitgesloten (maar er is ook geen enkel bewijs) dat Jezus als jongeling in de leer is geweest bij de school van Hillel. Zijn houding t.o.v. de Joodse wet is daar zeer verwant aan.
2) In het Nieuwe Testament krijgen de farizeeën een slechte naam als muggenzifters, huichelaars, overtuigd van het eigen grote gelijk.

Feest van Christus Koning
Feest op de voorlaatste zondag van november, i.e. de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Hier wordt de overwinning over alle zonden en de dood bij de terugkomst van Christus gevierd. De zondag daarna begint het nieuwe kerkelijke jaar met de advent.

Feest van de aankondiging des Heren (Maria Boodschap)
Boodschap aan Maria en Maria's onvoorwaardelijk ‘ja’ op de vraag van God om moeder van Jezus te worden (25 maart, negen maanden vóór Kerstmis).

Feest van de arbeid
Feest van St. Jozef als arbeider (1 mei)

Feest van de Heilige Drie-eenheid
Feest waarbij het mysterie van de Heilige Drie-eenheid, de drie-ene God gevierd wordt; ook Drievuldigheidszondag genoemd (zondag na Pinksteren).

Feest van de heilige Jozef
Feest van St. Jozef als echtgenoot van Maria, voedstervader van Jezus (19 maart)

Filistijnen
Zeevaardersvolk dat met de Israëlieten in voortdurende strijd verwikkeld was.

Fundamentalisme
Strikte en letterlijke aanvaarding van de geloofsinhoud en de morele regels, met weinig of geen ruimte tot interpretatie.

Ga naar ABC

G

Gebed
Geconcentreerde aandacht en gerichtheid op God die in het geloof nabij is. Persoonlijk of in gemeenschap, inwendig of uitwendig.

Gebedsweek voor de eenheid
Week van 18 tot 25 januari waarin elk jaar bijzondere aandacht en gebed aan de oecumenische toenadering van de christenen (katholieken, orthodoxen, anglicanen, protestanten) en eenheid onder alle mensen in liefde en waarheid besteed wordt.

Gedaanteverandering van de Heer
Of transfiguratie. Verhaal in het evangelie van Matteüs, Marcus en Lucas (de synoptische evangelies) dat vertelt hoe Jezus zijn werkelijke goddelijke aard liet zien door van gedaante te veranderen, door het 'hemelse licht' door zijn gestalte te laten schijnen, voor de ogen van Petrus, Jakobus en Johannes, op de berg Tabor. Gevierd op 6 augustus.

Gedachtenis van de zeven smarten van Maria
Pijn en verdriet die Maria doorheen haar leven ervoer, waarin mensen zich kunnen herkennen en getroost door voelen. Gevierd op 15 september.

Geest
Heilige Geest: derde gestalte van de drieëne God. Gesymboliseerd door onder andere de duif en het vuur en werkzaam als bekerende, inspirerende en troostende kracht in de mens.

Geestelijkheid
De gezamenlijke geestelijken van een land of een Kerk.

Geloofsbelijdenis
Uitdrukkelijke expressie van de erkenning van de formeel vastgelegde geloofsinhoud van de christelijke boodschap. Gebeurt in elke zondagse eucharistieviering na de preek.

Gemeenschap der Heiligen
Het geheel van de Kerk, de gemeenschap van alle gelovigen over de tijd heen.

Getijdengebed
Het dagelijks gebed van de Kerk, gespreid over acht vaste tijdstippen, waarin de 150 psalmen centraal staan. Deze gebedsmomenten zijn: de metten of nachtwake (nacht), de lauden (vroege ochtend), de priem, de terts, de sext en de noon (in de loop van de dag), de vespers (vooravond) en de completen (afsluiten van de dag). Het getijdengebed wordt collectief gebeden in religieuze gemeenschappen zoals abdijen, kloosters, kathedraalkapittels, en is een belangrijk structuurelement in het gemeenschapsleven aldaar.

Genade
De vergevensgezinde, gratuite liefde van God, die elke mens als Zijn kind aanvaard, niet omdat de mens het verdient, maar enkel uit liefde.

Gloria
Lofzang aan de drieëne God in de eucharistieviering, voorafgaand aan de eerste lezing uit het Oude Testament.

Gloria Patri
Deel van het rozenkransgebed, op het einde van een psalm, etc. : "Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en altijd en tot in eeuwigheid. Amen."

Gnosis
Stroming van geloof niet op basis van een externe autoriteit maar wel door innerlijke kennis, een inwendig 'weten' hoe moreel te handelen.

Goddelijke voorzienigheid
Voortdurende werking van God op het geschapene, die alles ten goede richt en leidt.

Godslamp
Altijd brandende lamp in de buurt van het tabernakel, om van Gods bijzondere aanwezigheid te getuigen.

Godsvolk
De gemeenschap van de gelovigen: de Kerk.

Goedertierenheid
Barmhartigheid, goedgunstigheid.

Goede Vrijdag
Vrijdag vóór Pasen waarop het lijden en sterven van Jezus Christus op het kruis herdacht wordt.

Goede Week (ook stille Week of heilige Week)
Week vóór Pasen, tussen Palmzondag en Pasen, met daarin Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag.

Gonfalon
Aan een dwarsstok hangende kerkvaandel met twee of drie slippen.

Graduale
1) Naam voor een gezangenboek met gregoriaanse gezangen.
2) Gregoriaanse tussenzang, gezongen of gezegd, tussen het epistel en het evangelie. Werd vroeger gezongen vanop de treden van het altaar.

Gregoriaanse zang
Liturgische, eenstemmige latijnse zang uit de zeer vroege Middeleeuwen, waarvan het samenbrengen wordt toegeschreven aan paus Gregorius de Grote. Word omwille van zijn specifieke karakter, een soort sobere verscheidenheid, wel een de ware zang van het gebed genoemd.

Groot dankgebed
Zie tafelgebed.

Ga naar ABC

H

Habijt
Lang overkleed van kloosterlingen en monniken.

Halleluja
1) Lofprijzing, uitroep van vreugde en dankbaarheid.
2) Lof- en juichkreet die betekent: Looft de Heer.
Rooms-katholiek: Alleluja
Hebreeuws: hallelu'Jah

Handoplegging
Liturgisch gebaar bij de toediening van sommige sacramenten en wijdingen, dat het doorgeven van de Heilige Geest symboliseerd.

Heerlijkheid
1) De lichtglans, de luister die God omgeeft.
2) Pracht en praal, rijkdom, luisterrijke staat.
3) Toestand van hoogste hemelse volmaaktheid.
4) Toestand van gelukzaligheid.

Heilig
Afgezonderd van, onttrokken aan het gebied van het profane en geraakt in de sfeer van de Godheid; het begrip is ook op God zelf overgedragen.

Heilig Officie
1) Verwijst naar een congregatie in het Vaticaan, belast met de bescherming van het orthodoxe geloof en de daarbij horende moraal, beter bekend als de inquisitie. Na het Tweede Vaticaans Concilie veranderd in Congregatie voor de Geloofsleer.
2) Verwijst soms ook naar het getijdengebed

Heilige Drie-eenheid
Het drievuldig wezen van God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest.
Het feest van de Heilige Drie-eenheid wordt gevierd de eerste zondag na Pinksteren.

Heilige Drievuldigheid
Ander (min of meer verouderd) woord voor Heilige Drie-eenheid.

Heilige Graal
De beker waaruit Christus dronk tijdens het Laatste Avondmaal.

Heilige Mis
Eucharistieviering.
Van het Latijn ‘missa’ wat betekent zending, uitzending.
Het opdragen van de priester aan God van het lichaam en bloed van Christus onder de gedaanten van brood en wijn.

Heilige Reserve
De heilige hosties die overschieten na een eucharistieviering. Ze worden soms gebruikt om toe te dienen aan huis bij de zieken.

Heilige Stoel
Juridische uitdrukking van de centrale regering van de katholieke kerk.

Heilig uur
Gebedstijd ter aanbidding van het uitgestalde heilig sacrament of ter herdenking van het lijden van Christus.

Hel
Verblijfplaats der verdoemden, vooral als plaats der verschrikking, waar de zondaar voor zijn boosheid wordt gestraft.

Hemel
Het verblijf van God, Christus en de gelukzaligen.

Hemelvaartsdag
Tien dagen vóór Pinksteren.
Het naar de hemel gaan van Jezus Christus.
Feest 40 dagen na Pasen ter ere van de hemelvaart van Jezus Christus.

Het hemelse Jeruzalem
Het Godsrijk, de hemel.

Hof van Eden
Het aards paradijs, waar zich de zondeval van Adam en Eva afspeelde.

Homilie
Prediking die vooral bestaat in de uitlegging van een bijbeltekst naar zijn afzonderlijke delen.

Hoogaltaar
Het voornaamste altaar in de kerk.

Hoogfeest van Pasen
Eerste zondag van de lente als de volle maan schijnt.
Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus.

Hoogkoor
Priesterkoor, plaats waarbinnen het hoogaltaar staat.

Huwelijk
Sacrament dat partners elkaar toedienen en door de priester ingezegend en kerkrechterlijk geregistreerd wordt.

Hymne
Gewijde lofzang, met name de psalmen.

Ga naar ABC

I

Imperata
Door de bisschop voorgeschreven gebed in de eucharistieviering.

Incarnatie
De menswording, het aannemen van de menselijke natuur van Jezus Christus, de Zoon Gods.

Intredelied of openingslied
Lied waarmee de eucharistieviering wordt geopend.

Introïtus
Psalmvers als inleiding tot de eucharistieviering dat het Kyrië Eleison onmiddellijk voorafgaat.
Oorspronkelijk was het, zoals het woord het aangeeft, een intochtlied, gezongen bij de processie naar het altaar. Later een soort ‘prelude’ op de plechtige viering, als een soort leidmotief van de mis.

Ga naar ABC

J

Jeremiade
Een jammerklacht. Vijf klaagliederen over de val en verwoesting van Jeruzalem worden toegeschreven aan de profeet Jeremia.

Johannes Chrysostomus
Kerkvader en van de patroonheilige van de predikers. Gevierd op 13 september.

Johannes de Doper
Johannes de Doper doopte mensen met water om hen van zonden te reinigen. Hij was de eerste mens die Jezus aanwees als de Messias, daarom wordt hij de voorloper van Christus genoemd. Komt zowel in de Bijbel als in de Koran voor. Hoogfeest op 24 juni.

Ga naar ABC

K

Kalot
Mutje op de kruin, ook Soli Deo - 'solideetje - genaamd (alleen voor God af te nemen).
Zwart voor priesters, paars voor monseigneur en bisschop, rood voor kardinaal en wit voor paus.

Kansel
Preekstoel.

Kantiek
Van het Latijn: canticum; kerkgezang, geestelijk loflied.

Kapel
1) Kleine, niet-parochiale kerk (bijvoorbeeld: Dankkapel).
2) Onderdeel van een kerk, met eigen altaar voor devoties, dopen en eertijds begrafenissen (bijvoorbeeld: Heilige Doornkapel, Doopkapel).
3) Bedehuisje langs de weg, kerkgebouwtje op een begraafplaats.

Kapelaan
Priester verantwoordelijk voor een kapel of een onderpastoor.

Kapiteel
Bovendeel, bekroning van een zuil, pilaar of pilaster in de kerk, die in het algemeen iets draagt en in zijn vorm en bewerking een kenmerk vormt voor een bepaalde bouwstijl.

Kapittel
Hoofdstuk van de Heilige Schrift.
Vergadering van kanunniken.

Kapittelkerk
Kerk waaraan een college van kanunniken verbonden is of was.

Katafalk
Met zwarte of paarse doek bedekte construktie waarop tijdens de uitvaartdienst de lijkkist geplaatst wordt.

Kathedraal
Hoofdkerk van een bisdom in de zetelplaats van de bisschop, waarin deze de bisschoppelijke plechtigheden verricht en waarin het domkapittel zijn vaste koordienst houdt.

Kazuifel
(Van het Latijn ‘Casula’: kleine tent)
Mouwloos zijden opperkleed in liturgische kleur, gedragen door de priester als voorganger bij de Eucharistieviering.
Kostelijk bovenkleed; was oorspronkelijk een tot op de grond reikende mantel, een gewaad dat de priester geheel omhulde; zinnebeeld der liefde die alle andere deugden in zich sluit.

De kazuifel was oorspronkelijk versierd met een verticale band op de vóór- en rugzijde; later werd een tweede schuin opgaande band bijgevoegd die van de schouders naar de verticaalband op de borst en rug toegaat. Deze twee banden tekenen een dubbel kruis, een soort juk. Hiermee werd de kazuifel ook een symbool van het juk des Heren en van de zware priesterplichten.
Om de handen vrij te hebben moest de priester dus zijn kleed langs beide zijkanten opsmijten en bij bewierokingen, opheffen van de Heilige Hostie en van de kelk, e.d. kwam de diaken de kazuifel ophouden. Later werd voor het gemak de kazuifel aan beide zijden afgesneden, vandaar de vaak zeer verspreide, onherkenbare vorm.

Kelk
Kostbare beker die voor de consecratie van de wijn wordt gebruikt.

Kerk
1) Aan de openbare Christelijke eredienst gewijd gebouw.
2) De vereniging van allen die in Christus geloven als te zamen één geheel uitmakend, de gemeenschap der gelovigen.

Kerkelijk jaar
Jaarlijkse kringloop van de Kerkelijke feesten, die begint met de advent en eindigt met het feest van Christus Koning van het Heelal.

Kerkfabriek
1) Vermogen, bezit en inkomsten van een kerk.
2) Beheerders van het kerkvermogen. (Kerkmeesters)

Kerkorgel
Orgel in de kerk waarmee de eucharistievieringen worden opgeluisterd en de gezangen worden begeleid.

Kerkprovincie
Kerkelijk gebied onder één aartsbisschop met zijn suffragaanbisschoppen.

Kerstdag
Dag waarop de geboorte van de Heer Jezus Christus gevierd wordt.

Kerstening
Bekering tot het christendom.

Kerstmis
Hoogfeest op 25 december.
Eucharistieviering tot viering van de geboorte van Jezus Christus.

Kerstnacht
Nacht waarin de Heer Jezus Christus werd geboren.

Kerstwake
Gebedsoefening in de nacht voorafgaande aan het kerstfeest.

Klerikaal
Geestelijk, betreffende de geestelijke stand.

Klooster
Instelling, plaats en gebouw waar mannen of vrouwen, die zich uit de gewone maatschappij hebben teruggetrokken, samenwonen om een aan God en de godsdienst gewijd leven te lijden volgens de voorschriften die daartoe zijn vastgesteld.

Kluizenaar
Persoon die zich uit religieuze overwegingen terugtrekt uit de samenleving, ook wel (h)eremiet genaamd.

Koor
1) Groep van personen die een gezang uitvoeren.
2) De plaats in de kerk waar de zangers zich bevinden, namelijk de ruimte waar zich het hoogaltaar bevindt. Deze ruimte is meestal verhoogd, soms door een hek afgesloten. Soms spreekt men van het hoog- en het middenkoor.

Koorgestoelte
Het geheel der zitplaatsen (meestal oplopende banken) voor de koormonniken of kanunniken, rondom het koor.

Koorhemd
Kort linnen priesterhemd met mouwen.

Koorkap of pluviale
Mantelvormig priesterkleed in de processie, vesper, het lof, enz. gedragen.

Kopten
De christelijke afstammelingen van de oude Egyptenaren.

Koster
Persoon belast met de zorg voor het kerkgebouw en alles wat voor de kerkdienst nodig is.

Kruis van de Heer
Feestdag ter verering van het Heilig Kruis van de Heer (14 september).

Kruisbeeld
Beeld van Christus aan het kruis.

Kruisteken
Het teken van de Christen mens dat wordt gemaakt met de rechterhand van het voorhoofd naar de borst en van de linker- naar de rechterschouder, terwijl men (uitwendig of in gedachten) de woorden zegt: "In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen".

Kruisweg
Godsdienstoefening waarbij men onder gebed of gezang langs de veertien afbeeldingen (staties) van de lijdensweg van Christus trekt.

Kyriale
Boek dat alle vaste Gregoriaanse gezangen van de mis bevat.

Kyrië eleison
Heer, ontferm U! Heer erbarm U! De eerste woorden die als beurtzang gezongen of gebeden worden als liturgische smeekbede in het begin van de eucharistieviering, onmiddellijk na de introïtus.

Ga naar ABC

L

Land van belofte, het beloofde land
1) Het land Kanaän: gebied dat bij benadering overeenkwam met het hedendaagse Israël en Palestina plus aangrenzend kustland en delen van Libanon en Syrië.
2) Figuurlijk: een gelukkige plek land.

Lauden
Tweede der kerkelijke getijden, aldus geheten naar de lofpsalmen waaruit het grotendeels is samengesteld.

Lectionarium
Liturgisch boek met epistels en evangeliën van de eucharistieviering.

Lector
Voorlezer.

Litanie
Reeks van smeekbeden of verheerlijkingen, door de priester of diaken uitgesproken, afgewisseld door korte antwoorden van het koor of de gelovigen.

Liturgie
1) Het geheel van voorgeschreven gebeden, ceremoniën en handelingen die een eredienst uitmaken.
2) Verzameling van liederen en gebeden die bij de eredienst in gebruik zijn.

Liturgische kleuren
Groen voor gewone (zon)dagen en als kleur van de hoop.
Wit voor de feesten van Christus, Maria en heilige niet-martelaren.
Rood voor Pinsteren en martelaren.
Paars voor boetedagen (Advent, Vastentijd), rouw en de Goede week.

Lof
1) Godsdienstige namiddag- of avondoefening (laudes vespertinae), die met de zegen van het Heilig Sacrament des altaars besloten wordt.
2) Eer, eerbetuiging.

Logia
Uitspraken van Christus.

Loutering
1) Stevige weerstand tegen de zonde; strijd tegen de hartstochten; gebed en versterving. Daardoor komt de mens steeds meer open te staan voor de genade en voor de heiliging.
2) In de mystiek betekent loutering de eerste zogeheten weg of trap. De tweede heet ‘verlichting’, de derde ‘eenwording’. Die eerste trap, de ‘loutering’, brengt de ziel dichter bij God doordat een bijzondere genade haar beproeft en zo tot steeds meer onthechting uitnodigt.

Lunula
Halvemaanvormige houder in de monstrans, waarin de Heilige Hostie wordt geplaatst.

Lutrijn, lutrin of lezenaar
Koorlessenaar voor de koorboeken.

Ga naar ABC

M

Magnificat
1) Lofzang van Maria bij haar bezoek aan haar nicht Elisabeth.
2) Eén der drie lofzangen van het kerkelijk Officie.

Manipel
1) Smalle zijden strook aan de linkerarm van de priester.
2) Eertijds dienst- en zweetdoek; zinnebeeld der offervaardigheid, van de arbeid en het lijden.

Manna
(Hebreeuws) Man, brood uit de hemel, voedsel dat door God aan de Israëlieten tijdens hun tocht door de woestijn werd gegeven.

Manuterga
Klein linnendoek waarmee de priester zijn vingers afdroogt bij de offerande. Het is niet gewijd, evenals het kerkkleedje. Beiden mogen door iedereen aangeraakt worden.

Maria Geboorte
Tezamen met Jezus zelf en de Johannes de Doper behoort Maria tot de weinigen van wie de biologische geboorte wordt herdacht. Feest op 8 september.

Maria Koningin
Eretitel en viering van Maria als koningin van hemel en aarde (22 augustus).

Maria Lichtmis
Feest op 2 februari ter herdenking van de "Opdracht of Presentatie in de Tempel", waarbij Jezus, zoals elk joods jongetje, werd opgedragen aan God (Lucas 2: 22-40). Daarnaast herdenkt men het zuiveringsoffer dat Maria veertig dagen na de geboorte van Jezus volgens de Joodse wet (Leviticus 12) moest brengen.

Maria tenhemelopnemeing of Maria-Hemelvaart
Feest ter ere van de tenhemelopneming van de Heilige Maagd Maria Moeder Gods (15 augustus), die tijdens haar hele aardse leven een lichtbaken vormde op de weg die leidt naar de Heer. Het is een weg van deemoed en zelfvergeten liefde, die uitmondt in de eeuwige vreugde, in het hart van God.

Mediazondag
Zondag ten voordele van de christelijke media.
Laatste zondag van september.

Meditatie
1) In stille concentratie zijn geest openstellen voor God, soms met uitschakeling van het denken.
2) Overdenking van een gedeelte van de Heilige Schrift.

Metten
Eerste gedeelte van het dagelijks breviergebed, in drie nocturnen verdeeld, en hoofdzakelijk bestaande uit psalmen en lessen.

Mijter
1) Liturgisch hoofddeksel met twee punten, bij kerkelijke plechtigheden gedragen door bisschoppen en sommige andere prelaten.
2) De bisschoppelijke waardigheid.

Mirakel of wonder
Wonderlijk feit door de bijzondere tussenkomst van God tot stand gebracht. Een mirakel is een gebeuren dat ervan getuigt dat er een bijzondere kracht werkzaam was, die niet te verklaren valt uit menselijk kunnen en dus verwondering wekt. In het mirakel zien wij Gods betrokkenheid bij en zijn zorg voor de mensen.

Mirre
Welriekende soort van gomhars die in roodbruine korrels in de handel wordt gebracht. Het wordt gebruikt als geneesmiddel, verdovingsmiddel en als geurige balsem.

Missaal
Liturgisch boek dat de gebeden en de rubrieken van de eucharistieviering bevat.

Monastiek
Betreffende het kloosterleven.

Monstrans
Gouden of zilveren versierd vaatwerk met ronde opening waarin de Heilige Hostie zichtbaar ter verering en aanbidding wordt uitgesteld.

Mosterdzaad
Zinnebeeld van iets kleins, dat uit zal groeien tot iets dat groot en indrukwekkend is.

Mysterie
Geloofswaarheid waarvan men de inhoud slechts onvolmaakt of in het geheel niet kan begrijpen.

Mystiek
1) Geheimzinnig, verborgen, raadselachtig.
2) Hartstochtelijk individueel streven naar de ervaring van de bijzondere vereniging van de eigen ziel met God. Deze rijke innerlijke ervaring bereikten de mystici door bijzonder intensief gebed en vaak rigoureuze ascese. De christelijke mystiek heeft een lange traditie, die zich voortzet tot vandaag.

Mystiek lichaam
Theologische uitdrukking, voornamelijk steunend op de leer van Paulus, om de verhouding aan te geven tussen de leden der Kerk tot Christus en onderling.

Ga naar ABC

N

Nationaal concilie
Vergadering van de bisschoppen van een land onder leiding van hun primaat.

Nimbus
Stralenkrans rond hoofd of lichaam in afbeeldingen van God of heiligen.

Nocturne
Nachtgezang, als bij het nachtofficie. Hoofddeel van de metten.

Noveen
Gebed of godsdienstoefening gedurende negen dagen achtereen.
Devotie die stoelt op de negen dagen dat de apostelen tussen Hemelvaart en Pinksteren in gebed bijeen waren.
Een noveenkaars is een kaars die negen dagen en nachten brandt met een speciale intentie zoals de vraag om genezing of kracht voor een zieke, om uitkomst in moeilijke omstandigheden, om vrede, enz.

Ga naar ABC

O

Oblaten
Leken die zich door tijdelijke belofte van gehoorzaamheid binnen een kloostergemeenschap binden tot geestelijk leven en werken.

Observanten
Kloosterlingen die aan een strenge uitleg van de regels vasthouden; tegenover deze strikte observantie staat de ruime observantie.

Octaaf
Tijdperk van acht dagen, voor de viering van sommige kerkfeesten bestemd,(bvb. Kerstmis, Feest van de Openbaring...)

Oecumenisch
De gehele bewoonde aarde betreffende, algemeen.

Oecumenisch concilie of algemeen concilie
Concilie waarbij alle bisschoppen van de gehele wereld door de paus worden opgeroepen.

Offerande
Deel van de eucharistieviering na het evangelie, waarin de priester het brood en de wijn opdraagt.

Offertorium
Gezang bij de heilige offerhandelingen.

Officie
Dienstverrichting, eerbewijs, breviergebed.

Oksaal of doksaal
Hoge versierde scheidingswand tussen koor en schip van een kerk, vaak dienend als galerij of tribune voor de koorzangers.

Onderpastoor
Vlaamse naam voor kapelaan.

Ontologie
Leer van het Zijn. Deel van de filosofie die zich richt op het zijn in het algemeen, de mogelijkheidsvoorwaarden van het zijn, op de fundamentele eigenschappen van de werkelijkheid en de verschillende verschijningsvormen van zijn.

Ontslapen in de Heer
Sterven in de zekerheid van het geloof.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes
Verschijning van de Maagd Maria in de grot van Massabielle bij Lourdes aan Bernadette Soubirous (11 februari).

Onze-Lieve-Vrouw van de rozenkrans
Feestdag op 7 oktober, waarop Maria wordt vereerd als de beschermster van het christendom. Het (gezamenlijk) bidden van de rozenkrans wordt beschouwd als krachtig middel van de gelovigen om onder andere te vragen om deze bescherming van Maria, zowel persoonlijk als voor heel de Kerk.

Onze Vader
Het gebed des Heren, aldus genoemd naar de eerste woorden (Mattheüs 6: 9- 13).

Openbaring
Gods handelen in het bekend maken aan de mens van zijn wezen, zijn wil en zijn wegen. Deze Openbaring heeft plaatsgevonden in het menselijke kader van tijd en plaats (in de geschiedenis), en wel in het bijzonder in leven, dood en opstanding van Jezus Christus. Het verhaal en de uitleg van deze historische feiten zijn te vinden in de bijbel, die de christenen zien als het geïnspireerde woord van God. De Openbaring is formeel afgesloten na de dood van de laatste apostel.

Openbaring van de Heer.
Feestdag op 6 januari; de katholieke christenen vieren op deze dag de ontmoeting van de drie wijzen uit het morgenland met de pasgeboren Messias.
Op de zondag na het feest van de Openbaring wordt de doop van Jezus gevierd; een week later herinnert de evangelielezing aan het wonder van Jezus in Kana. En dat deze drie gebeurtenissen als Openbaring van God moeten begrepen worden blijkt reeds duidelijk uit de uiterlijke tekenen ervan. Een wonderbaarlijke ster leidt de wijzen uit het morgenland veilig naar Betlehem. Bij de doop in de Jordaan noemt de stem vanuit de hemel Jezus de ‘geliefde Zoon’. Bij de bruiloft in Kana geeft Jezus zelf door een wonder te kennen dat Hij de gezonden Messias is. Deze drie gebeurtenissen worden theofanie of epifanie genoemd.

Opstanding
Verrijzenis, het opstaan uit de dood.

Oratie
Gebed, bepaalde gebeden in de eucharistieviering.

Ostiarius
Deurbewaker of koster

Overlevering
De godsdienstleer welke naast de bijbel (Schrift) is overgebracht door de traditie.

Ga naar ABC

P

Paaskaars
Grote, versierde kaars die wordt gewijd bij het begin van de Paasnachtviering als symbool van de verrijzenis van Christus en vervolgens wordt gebruikt bij de wijding van het doopwater als onderdeel van die viering.
De paaskaars wordt vanaf Pasen tot na het evangelie van Hemelvaart tijdens de eucharistievieringen ontstoken, en verder bij speciale diensten en vieringen, zoals doopsel, huwelijk, uitvaartdienst, enz.

Paasmaandag
Hoogfeest. Maandag na Pasen - tweede paasdag.

Paaswake
Gebedsoefening in de nacht voorafgaande aan het paasfeest.

Paaszaterdag of Stille Zaterdag
Zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen: dag tussen dood en opstanding van Jezus Christus, Jezus rust in het graf.

Palla
Met wit linnen overtrokken vierkant karton waarmee de kelk tijdens eucharistievieringen bedekt wordt.

Pallium
Oorspronkelijk schoudermantel van de aartsbisschoppen; thans ringvormige, witte wollen band, met zes zwarte kruisjes doorweven, en om de schouders met kostbare siernaalden op de kazuifel bevestigd. Het pallium is het liturgisch ereteken van de paus en van patriarchen en aartsbisschoppen die het van de paus ontvangen.

Palmzondag
Zondag vóór Pasen, zesde zondag van de veertigdagentijd. Intocht van Jezus in Jeruzalem.

Parabel
Zinnebeeldig verhaal om een zedelijke waarheid aanschouwelijk te maken. Verfgelijkenis die een geestelijke waarheid tot uitdrukking brengt door middel van een verhaal waarin men zich kan inleven en zaken die zich ben kan inbeelden.
Het gebruik van parabels was kenmerkend voor Jezus' onderricht, bijna altijd met de bedoeling de komst van het ‘Koninkrijk van God’ en de noodzaak hierop te reageren over te brengen.

Parochie
Zelfstandige kerkelijke gemeente onder één pastoor.

Parochiale eenheid
Een pastorale eenheid is binnen een bisdom de gemeenschap opgericht in een bepaald gebied dat meerdere vroegere parochies omvat. Pastoraal gezien vormt zij een nieuwe, grote parochie.

Pasen
Feest van de verrijzenis van Jezus Christus.
Pasen is een naar de datum veranderlijke feestdag die valt op de zondag onmiddellijk na de eerste volle maan op of na 21 maart, dus op z'n laatst op 25 april.

Passietijd
Tijd waarin het lijden en sterven van Jezus Christus herdacht wordt, meer bepaald de week van Palmzondag tot Paasavond.

Pastoraal
Herderlijk, betrekking hebbend op de geestelijke herder.
Behorend tot het pastoorschap.

Pateen
Van het Latijn ‘patina’: schotel; kleine gouden of vergulde schotel waarop de Heilige Hostie wordt neergelegd. De pateen dient ook als deksel van de miskelk.

Paternoster
1) Onzevader (gebed).
2) Rozenkrans; aldus genoemd omdat elke 10 kralen van het snoer voorafgegaan worden door een grotere kraal, waarbij een Onzevader gebeden moet worden.

Pauselijke zegen
Zegen van de paus, soms met de officiële toevoeging 'urbi et orbi' (aan de stad Rome en de orbis terrarum, de kring der landen oftewel de hele wereld.)

Pectorale
Borstkruis van de bisschop.

Pesjonkelen
Het verdienen van aflaten (zie ook portiuncula)

Pij
Habijt van monnik.

Pileolus
Zijden kalotje van de prelaten.

Pinksteren
Hoogfeest. Vijf weken na Pasen. Nederdaling van de heilige Geest over de apostelen.

Piscina
Nisje rechts van het altaar, met waterafloop, waar het water en de wijn bewaard wordt.

Plebaan
pastoor die namens de bisschop de kathedrale parochie leidt

Plechtige communie
Feestelijke communie van de kinderen rond de leeftijd van 12 jaar waarbij zij tevens het heilig Vormsel ontvangen.

Pluviale
Het tot aan de voeten afhangend, wijd gewaad dat gedragen wordt door geestelijken. Ook koorkap, koormantel of vespermantel genoemd.

Pontifex
Naam van de leden van het hoogste priestercollege in het oude Rome, met de pontifex maximus aan het hoofd.

Pontificaat
Duur van een pauselijke regering.

Portiuncula
Deeltje, plekje: zesde-eeuws kerkje bij Assisi, in 1208 door Sint Franciscus gerestaureerd en bekend geworden door de Portiuncula-aflaat, die kon men aldaar - later ook elders - telken opnieuw verdienen door kerkbezoek en gebed op 1 of 2 augustus.
'Pesjonkelen' heete in de volksmond het zo de nodige keren rond en achter elkaar de kerk in- en uitgaan, met de intentie om de aldus telkens opnieuw verdiende volle aflaat op diverse al of niet dierbare overledenen in het vagevuur toe te passen om hen zodoende sneller uit hun lijden te verlossen.

Postulaat
De eerste proeftijd gedurende zes maanden van een postulant(e), toekomstig kloosterling(e), voorafgaand aan het noviciaat.

Predella
Optrede waarop het altaar rust of onderstuk van een retabel.

Preek
Rede die door de priester gevoerd wordt tijdens de eucharistieviering ter godsdienstige onderwijzing, vermaning of vertroosting van de gelovigen.

Preekstoel
Verheven plaats, gestoelte in de kerk waarop de predikant eertijds zijn leerrede uitsprak. Nu gebeurt dit steeds vooraan in de kerk.

Prefatie
Dankzeggingsgebed, waarmee de priester tijdens de eucharistieviering de viering van het avondmaal opent. De prefatie vormt de inleiding tot de consecratie.

Priesterwijding
Handeling waardoor het Heilig Priesterschap verleend wordt: sacrament dat door handoplegging en gebed van de bisschop de persoon machtigt tot uitoefening van het ambt van geloofsverkondiging en toediening van de sacramenten.

Processie
Plechtige kerkelijke omgang, plechtige optocht van priesters en leken binnen of buiten het kerkgebouw, waarbij vaak een relikwie, het Heilig Sacrament des altaars (de hostie) of het kruis wordt rondgedragen.

Procestheologie
Moderne theologie die leert dat God actief is verwikkeld in het hele proces van ontwikkeling der schepping, waarbij op de weg naar het opheffen van het lijden goed en kwaad bijeen blijven.

Profetie
Voorspelling die iemand verkondigt in Gods naam; uitspraak van een profeet.

Psalm
1) Elk der 150 liederen van de Israëlieten, zoals die in het Oude Testament staan opgetekend, of zoals zij vertaald in de Christelijke kerken gezongen worden.
2) Meer uitgebreid kan een psalm ook een godsdienstig gezang betekenen.

Purgatorium
Zie vagevuur

Purificatorium
Linnen doekje waarmee de priester de kelk reinigt.

Pyxis
Klein, kelkvormig vat waarin de hosties zonder plechtigheid naar de zieken buiten de kerk worden gedragen.

Ga naar ABC

Q

Quatertemper of quatertemperdag
Vasten- en onthoudingsdag in het begin van elk jaargetijde, te weten op woensdag, vrijdag en zaterdag na de derde zondag van de advent (winter), na de eerste zondag van de vasten (lente), na Pinksteren (zomer) en na het feest van kruisverheffing (herfst).

Ga naar ABC

R

Recollectie
Herdenking, korte periode van bezinning.

Relikwie of reliek
Vereerd overblijfsel van een heilige of van Christus zelf, ofwel een zaak die met de heiligen of met Christus in contact is geweest. Er wordt vaak wonderlijke kracht aan toegeschreven.

Retabel
Achterstuk of achtertafel van het altaar, veelal gebeeldhouwd of beschilderd.

Retraite
Bezinning.

Ritus
Voorgeschreven wijze van liturgisch handelen.

Roeping
Het roepen van de mens tot zijn bestemming, vooral met betrekking tot zijn bekering, zijn heiligheid of zijn vervolmaking; het bestemd-zijn tot het vervullen van een bepaalde levenstaak of van een bepaald ambt, bijvoorbeeld het priesterambt.

Rozenkrans
Gebedskrans of gebedenreeks van vijf maal tien weesgegroeten, ieder tiental voorafgegaan door een onzevader en gevolgd door een Gloria Patri.

Ga naar ABC

S

Sabbat
Dag waarop men zich van het werk onthoudt; de wekelijkse rustdag der Israëlieten, de zevende dag van de week (eigenlijk de tijd van vrijdagavond tot zaterdagavond). Bij uitbreiding wordt door de christenen de zondag ook wel de sabbat genoemd.

Sacraal
Heilig, geheiligd, gewijd.

Sacramenten
Tekenen van bijzondere genade, door Christus ingesteld en door de Kerk nader vastgesteld in de vorm van zeven rituele handelingen elk met begeleidende taal, waardoor een specifieke zegening, wijding of genade gegeven wordt.
De zeven sacramenten zijn : doopsel, vormsel, biecht, eucharistie, priesterschap, huwelijk en heilig oliesel.

Sacramentsdag of Feest van het Heilig Sacrament
Feestdag de tweede donderdag na Pinksteren, ter ere van de instelling van het Heilig Sacrament des Altaars (of te wel de eucharistie), door paus Urbanus IV in het jaar 1264 ingesteld.

Sacrificie
Offer dat aan God wordt opgedragen, verwijst vooral naar de eucharistieviering zelf.

Sacristie
Vertrek in of aan de kerk waarin alles wat voor de altaardienst nodig is bewaard wordt, de geestelijken zich aankleden tot het verrichten der kerkelijke bedieningen en niet-openbare kerkelijke plechtigheden plaatsvinden.

Salesianen
Naam van de leden van een congregatie, in 1859 door Don Bosco gesticht voor de opvoeding van verwaarloosde jeugd; Zo genoemd naar St.-Franciscus van Sales.

Sanctus
Vierde van de vaststaande gezangen onder de eucharistieviering (Heilig, Heilig, Heilig de Heer). Wordt gezongen na de prefatie.

Sarcofaagaltaar
Altaar in de vorm van een graftombe.

Schapulier
(1) door sommige kloosterordes op de borst en rug tot aan de voeten neerhangende lap stof, over het habijt heen gedragen; (2) in navolging daarvan uit devotie door leken gedragen lapjes stof, verbonden door een lint; (3) ter vervanging daarvan: de medaille (scapulier) aan een kettinkje om de hals gedragen.

Schepping
Gods handelen in het tot stand brengen van het heelal en al wat daarin is. De mensheid vormt de bekroning der schepping. Het geloof in God als Schepper leidt tot de overtuiging dat het universum en het leven hierin een uiteindelijk doel hebben. De vraag hoe God schiep is sinds de evolutietheorie van Darwin breed bediscussieerd.

Schisma
Scheuring, afscheiding in een Kerk.

Schuldbelijdenis
De berouwvolle bekentenis der zonde.

Secreta
Gebed over de gaven, net vóór de prefatie in de eucharistieviering. Tegenwoordig zegt de priester het gebed over de offergaven hardop, vroeger in stilte, vandaar de naam "secreta".

Seculier
Wereldlijk, niet tot een orde of congregatie behorend.

Sepulcrum
Holte in de altaartafel waarin relikwieën van heiligen worden bewaard. Het sepulcrum moet verzegeld zijn.

Slotgebed
Gebed waarmee de eucharistieviering eindigt.

Slotkapittel
Kort hoofdstuk of enige verzen uit de bijbel die men opleest na een psalm en vóór een hymne.

Soteriologie
Van het Griekse woord "redding": verwijst naar studie van de verlossing, een belangrijk thema in vele religies. In het Christendom verwijst het vooral naar de leer over hoe de mens enkel verlost kan worden door Goddelijke genade, naar Jezus Christus als redder of zaligmaker.

Soutane
Lang zwart gewaad van Katholieke priesters, van voren tot onderaan met een rij van kleine knoopjes bezet; in andere kleuren door de hogere geestelijkheid gedragen (voor een bisschop violet).

Stigma
Wondteken van Christus.

Stigmatisatie
Het verschijnen van de 5 wonden van de gekruisigde Christus (in handen, voeten en zij) bij personen die zich in een extatische bespiegeling over zijn lijden verdiepen. Franciscus van Assisi was de eerste bij wie stigmatisatie zich voordeed.

Stipendium
Aalmoes aan de priester gegeven voor het opdragen van een heilige mis.

Stoelgeld of stoelengeld
Geld dat men voor het "huren van" (zitten op) de stoelen in de kerk betaalt.

Stola of Stool
Lange bandstrook, door de priester om de hals en de schouders gedragen, door de diaken over de linkerschouder, bij het verrichten van zekere geestelijke bedieningen : de stool verzinnebeeldt het juk des Heren.

Suisse
Vroeger de ordebewaker in de kerk tijdens erediensten, de naam van deze ceremoniële lekenfunctie is ontleend aan de Zwitserse garde van het Vaticaan.

Suppedaneum
Voetbodem, verhoging voor in de kerk, waar het altaar zich bevindt.

Symbolum des Geloofs
De Apostolische geloofsbelijdenis (of de 12 artikelen van het geloof):

Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde,
en in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer,
die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria,
die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven,
die nedergedaald is ter helle; de derde dag verrezen uit de doden,
die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,
vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest;
de heilige katholieke Kerk, de gemeenschap van de heiligen;
de vergiffenis van de zonden;
de verrijzenis van het lichaam;
het eeuwig leven.

Synagoge
Godsdienstige bijeenkomst of kerkelijke gemeente der joden.

Synode
Kerkvergadering, vergadering en college van vertegenwoordigers van een Kerk of een deel van haar organisatie, macht hebbende in zaken van leer en kerkelijk bestuur.

Ga naar ABC

T

Tabernakel
Rijkelijk versierd vierkant of rechthoekig kastje op het sacramentsaltaar waarin de Heilige Eucharistie bewaard wordt.

Te-Deum
Zege- en dankhymne, naar de aanvangswoorden ‘Te Deum laudamus’ (U God loven wij).

Theologie
Godgeleerdheid; de wetenschap over God en het goddelijke die steunt op gegevens van de Openbaring.

Theosofie
Een mystiek-filosofisch systeem van wereldbeschouwing waarbij onder andere vastgehouden wordt aan reïncarnatie.

Tiara of tiaar
Drievoudige kroon voor de paus bij bijzondere plechtigheden in de Sint-Pieterskerk. Paulus VI is de laatste die nog even een tiara heeft gedragen; hij heeft hem laten verkopen voor de armen. Sindsdien dragen de pausen als hoofdtooi bij plechtigheden alleen nog de bisschopsmijter.

Tien geboden
Uitspraken van God tot het volk van Israël, vastgelegd in Exodus 20, 1-17 en Deuteronomium 5, 6-21. Volgens Deutronomium 4, 13 en 10, 4 zijn deze uitspraken door God zelf op twee stenen tafelen gegrift en op de berg Sinaï aan Mozes ter hand gesteld.
Het de eeuwen door erkende belang van deze uitspraken ligt in de diepe, algemeen menselijke waarheden voor een ethisch verantwoord bestaan die zij bevatten. Als zodanig worden zij wel gezien als natuurwetten, maar dan als geboden waaraan men zich te houden heeft, maar zich ook aan zou kunnen onttrekken.
De eerste drie der tien geboden bevatten voorschriften voor het gedrag tegenover God zelf, de zeven volgende regelen het gedrag van mensen onderling. De nummering van de oosterse kerken en van de reformatie wijkt af van die der lutherse en katholieke kerken. De in de traditie gegroeide, enigszins ingekorte formulering die in de katholieke kerk ingeburgerd is, luidt :

1. Gij zult geen afgoden vereren maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.
2. Gij zult de naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken.
3. Wees gedachtig dat gij de dag des Heren heiligt.
4. Eer uw vader en uw moeder.
5. Gij zult niet doden.
6. Gij zult geen onkuisheid doen.
7. Gij zult niet stelen.
8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen.
9. Gij zult geen onkuisheid begeren.
10. Gij zult niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort.

Tombe
Het eigenlijke lichaam van het altaar.

Tonsuur
Het scheren van de hoofdkruin; in het bijzonder als symbolische handeling een jaar vóór de priesterwijding.

Tractus
Gezang of gebed tussen het voorlezen van het epistel en het evangelie in de vastentijd of de advent.

Transfiguratie
1) Letterlijk: gedaanteverandering.
2) De zogenaamde verheerlijking op de berg, toen Petrus, Jacobus en Johannes Jezus' heerlijkheid zagen. Zie ook: Gedaanteverandering van de Heer

Transsubstantiatie
Filosofisch-theologische interpretatie van de ‘presentia realis’ (de werkelijke tegenwoordigheid) van Christus in geconsacreerd brood en wijn. Deze visie is uitgewerkt door Thomas van Aquino, die daarvoor filosofische begrippen van Aristoteles gebruikt.

Triduum
Driedaagse periode van gebed en bezinning.

Ga naar ABC

U

Uitvaartmis of uitvaartplechtigheid
Begrafenisplechtigheid, lijkdienst.

Ga naar ABC

V

Vaderhuis
(Figuurlijk) De hemel, het huis waar God woont. Wordt gebruikt in de uitdrukking ‘Teruggekeerd naar het Vaderhuis’: in de Heer ontslapen, overleden.

Vagevuur of purgatorium
‘Reinigend’ vuur, waar de zielen die in Gods liefde zijn gestorven, door tijdelijk lijden voor de nog aanklevende schulden of straffen voldoen.
Het is de plaats waar de ziel na de dood heengaat om te worden gezuiverd en klaargemaakt voor de hemel.

Vastentijd of veertigdagentijd
Periode voorafgaand aan het Paasfeest. De vastentijd begint op Aswoensdag en duurt veertig dagen, de zondagen niet meegerekend. Verplichte vastendagen zijn Aswoensdag en Goede Vrijdag, dan mogen personen tussen de 16 en 60 jaar slechts één volledige maaltijd per dag gebruiken.

Vaticaan
Politiek onafhankelijk stadsdeel in het centrum van Rome, waar - naast musea, bibliotheken, studiehuizen, enz. - in de eerste plaats de zetel van het bestuur der katholieke kerk is gevestigd met aan het hoofd de paus.

Velum
Amict, kleedje voor de ciborie.

Verlossing
Bevrijding van slavernij. In het Oude Testament bevrijdde God Israël uit Egypte, wat leidde tot de exodus.
Het evangelie in het Nieuwe Testament verhaalt hoe Jezus ons door zijn dood bevrijdde van de zonde.

Versterven
Het zich ontzeggen van - dus sterven aan - materiële of geestelijke genoegens om tot grotere geestelijke zelfbeheersing en inkeer te komen.

Vesper
Het voorlaatste der daggetijden van het brevier, inzonderheid wanneer dit in het openbaar in de kerk gezongen wordt. De vesper is veelal om drie uur. Eerste vesper: op de vooravond van een feest; tweede vesper: op de feestdag zelf; vesper der doden of overledenen: op de vooravond van een begrafenis. De vesper is op vele plaatsen vervangen door het lof.

Viaticum
Heilige Communie, aan een zieke in stervensgevaar toegediend.

Vigiliedag
De avond of de dag vóór de viering van bepaalde kerkelijke feestdagen en de alsdan gehouden plechtigheid.

Voorbede
1) Voorafgaand gebed.
2) Aanroeping der heiligen om hun invloed bij God te laten gelden ter verhoring van onze smeekbeden.

Votiefmis
Eucharistieviering die, afwijkend van het officie van de dag, in bepaalde omstandigheden naar de wens van de priester of de gelovigen opgedragen wordt, ook soms ter ere van een mysterie of van een Heilige.

Ga naar ABC

W
Weesgegroet
(eertijds ook nog ‘De groetenis van de Engel’ genoemd)
Kort gebed tot de Heilige Maagd.

Woorddienst
Godsdienstoefening waarin alleen gepredikt wordt, geen eucharistie gevierd.
Weesgegroet
Kort gebed tot de Heilige Maagd, eertijds ook ‘De groetenis van de Engel’ genoemd.

Welzijnszorg
Adventsactie ten voordele van de sociale welzijnsinitiatieven voor de Vierde Wereld in Vlaanderen.

Wereldmissiemaand
De maand oktober. Inzamelingsacties ten behoeve van de Derde Wereld.

Werken van barmhartigheid
Goede werken, gebaseerd op medelijden, maar dan wel als een uiting van de wil om actief in te grijpen waar dit nodig is. Een opsomming vindt men in het oordeel van de Zoon des mensen uit het boek Mattheüs.

Wierook
Arabische gomhars dat als reukoffer gebrand wordt; symbool van aanbidding en het ten hemel stijgende gebed.

Wijding
Geestelijke graad (ordo), door de Kerk verleend om een godsdienstige functie te kunnen en mogen uitoefenen. Men onderscheidt hogere en lagere wijdingen.

Wijwater
Door een priester gewijd water dat in de kerk, meestal nabij de deuren, in een vat of bekken voorhanden is, opdat de gelovigen bij het binnentreden der kerk zich ermee kunnen besprenkelen als symbool der uiterlijke reiniging. Het wijwater bestaat uit gewoon water met zout.

Witte Donderdag
Donderdag vóór Pasen. Laatste Avondmaal van de Heer en instelling van de Heilige Eucharistie.

Woorddienst
Godsdienstoefening waarin alleen gepredikt wordt, geen eucharistie gevierd.

Ga naar ABC

Z
Zaligspreking
1) De acht spreuken uit de Bergrede (Matth. 5, 3-11)
2) Zaligverklaring

Zaligverklaring of beatificatie
Plechtige verklaring van de paus, welke na onderzoek van het leven en de verdiensten van een afgestorvene aangaande deze de voorlopige verzekering geeft, dat hij in de hemelse zaligheid is opgenomen, op grond waarvan hij recht geeft op een beperkte openbare verering.

Zegen
Bijzondere kracht Gods, die door christenen ervaren en overgedragen kan worden; geestelijke weldaden.

Ziekenzondag of nationale ziekendag
Tweede zondag van september. Dag van bijzondere aandacht voor de zieken, waarbij iedere gezonde uitgenodigd wordt om zieke medemensen méér in zijn leven te betrekken.

Ziel
Het geheel en het wezen van het stoffelijk niet te bepalen beginsel van waaruit de mens leeft. De ziel is opgevat als van Goddelijke oorsprong en onsterfelijk.

Zijaltaar
Altaar ter zijde van het hoofdaltaar, in een zijbeuk.

Zonde
1) Elke overtreding der goddelijke of zedelijke voorschriften of geboden.
2) Het niet voldoen aan de bedoeling die God heeft voor ons leven.

Zonde omvat dus zowel bewust verkeerd handelen als tekortschieten, dat de mens kenmerkt zelfs al doet hij nog zo zijn best. Het is de zonde die verlossing nodig maakt.

Zondeval
De keuze van de mens om onafhankelijk te zijn van God en diens wil, die tot gevolg heeft dat de mensheid afwijkt van de weg die God voor ogen stond, dat het beeld van God in de mens is vervormd en dat de schepping zelf bezoedeld. Het is een keuze waarin wij allen zijn verwikkeld. Het verhaal van de zondeval brengt de aard van de mens en zijn verhouding tot God naar voren.